jelleenhes.reismee.nl

Schildpadden en draken

21-1 Op weg naar Tetebatu
Na 4 nachten in het zuiden van Lombok is het tijd om door te trekken naar het midden/oosten van Lombok. Hester heeft vanmorgen nog yoga gedaan met uitzicht op de zee vanaf het dakterras, zodat ik vanuit een hangmat een boek kan uitlezen.
Rond het middaguur worden we opgehaald door Jamal, die ons 2,5 uur verder afzet in het door rijstvelden omgeven Tetebatu. Wat mij doet denken aan de tovenaar van Tatabanya, oftewel de beste spits van Feyenoord aller tijden; Jozef Kiprich. Dat belooft dus veel goeds! We worden warm welkom geheten, door het hele gezin met baby's en al, in guesthouse Pondok Indah. Zelfs de hond Bonnie geeft Hester nog een  welkomstbijt in haar voet, waardoor zij nog een beetje aan elkaar moeten wennen. Maar later worden ook zij dikke vrienden. De tuin is prachtig en onze bungalow biedt uitzicht op de rijstvelden en de majestueuze vulkaan Rinjani. Deze vulkaan is bijna 4000 meter hoog en is de op één na hoogste vulkaan van Indonesië. Van te voren hadden we het plan om deze vulkaan misschien te gaan beklimmen. Maar het werd ons al snel duidelijk dat het regenseizoen hier een stokje voor zou steken. Het is niet mogelijk om deze te beklimmen t/m 31 maart, aangezien het te gevaarlijk is.
Maar goed dat neemt niet weg dat we (wederom vanuit een hangmat) het geluk hebben om hier vanaf de voet uren naar kunnen kijken. Het bijkomende voordeel is dat hier nauwelijks toeristen rondlopen en we door de lokale bevolking met een lach worden begroet. In de avond eten we ons favoriete gerecht in Lombok; Urap Urap (gemixte, verse, kort gekookte groenten  en kruiden van het land, met daaroverheen geraspte gebakken kokos en uiteraard witte rijst). De hoeveelheid eten op je bord is hier vaak te veel. Toch zijn Indonesiërs gemiddeld 20 a 50 cm kleiner dan ons. En meestal kost eten in een warung/restaurant nog geen 50.000 Rupiah, wat nog geen €3 is. Toen we ons bedje wilden opzoeken rond 21 uur kwamen we Jonny tegen. Een lokale jongen van begin 20 nodigde ons uit om met hem en zijn vrienden mee te komen om een kampvuurtje te maken. Hier zeiden we uiteraard geen nee tegen. Echter ging het vuur maken moeilijker dan gedacht, omdat het hout dat we gebruikten nogal nat was. Toen het vuur na een half uurtje mooi brandde kwamen er 3 geslachte kippen te voorschijn. De kippen werden aan het spit geregen en op een kleine afstand van het vuur geplaatst, zo ook de ingewanden. Het zag er heel smakelijk uit. De gitaren kwamen te voorschijn met daarbij nog een paar mooie stemmen en voor ons was het kijken en genieten. Na bijna 1,5 uur waren de kippen gaar en konden we deze op peuzelen. De stukken kip waren gloeiend heet, waardoor wij er met moeite een stukje vanaf kregen. Voor de anderen lijkt dit een dagelijks ritueel en de jongens zijn al lekker smakkend aan het smullen. Het moet gezegd worden dat de kip enigszins wat taai is, maar dat neemt niet weg dat het een bijzondere avond was.

22-1 Tetebatu
Vanmorgen werden we weer eens om half 5 gewekt door een aantal van de vele moskeeën. De nachten hier zijn net een muziekspektakel; een groots concert van meerdere imams (27 moskeeën binnen een straal van een paar km), tezamen met het krekels- en het paddenkoor, verwenden ons keer op keer op oorverdovende muzikale repertoires. En dat zelfs meerdere malen per nacht! Doe mij maar liever José Gonzales, Bear's Den of Ben Howard.
Hester slaapt er vaak dwars doorheen. Vandaar het vroege opstaan en het vroege slapen gaan ;-) In dit gebied van Lombok is maar liefst 99% van de bevolking moslim. Maar ze zijn niet al te streng en drinken regelmatig, roken allemaal en hoeven ook niet verplicht een hoofddoek te dragen. Zolang je maar respect hebt voor elkaar, zorgt voor je familie en goed bent voor de ander. Ik zie het eigenlijk wel zitten om 5 keer per dag (de tijdstippen zijn vrij te kiezen) te moeten bidden. Je zou het ook kunnen zien als 5 keer per dag even mediteren of ademen, stil staan in het nu. Gecombineerd met wat beweging (lijkend op yogavormen) is dit voor iedereen gezond! Aldus yogajuf Hester.
Tuinman, kok en gids Ross neemt ons vandaag, op zijn blote voeten, mee op avontuur. We starten met een tocht dwars door de rijstvelden naar het Gunung Rinjani national park. De rijstvelden zijn alle kleuren groen door de verschillende groeistadia. Er is veel regen gevallen in dit seizoen dus vele velden staan onder water. Hierdoor zijn er ook visvijvers vol karpers, goudvissen en tiliapia voor de visteelt. Het land is vruchtbaar hier aan de voet van de vulkaan dus staat vol met allerlei groenten en vooral veel chilipepers. De mensen hier zullen niet snel omkomen van de honger.
Middenin de velden zijn ze met zo'n 25 man en vrouw van alle leeftijden aan het rooien. Het is een mooi tafereel; eerst worden de rijstpalmen gesneden en in bossen gebonden. Daarna verzamelen de vrouwen de rijstbossen en slaan de mannen deze vervolgens keihard te pletter op een houten balk, zodat de korrels op een plastic mat vallen. Dit kan uiteraard alleen bij droog weer en is een langdurig proces, dus wordt goed getimed en samenwerking tussen de families onderling is noodzakelijk. Als we terug komen van onze tocht, zijn ze nog steeds bezig in de hitte.
Na de rijstvelden komen we door wat dorpjes (waar iedereen ons wederom vriendelijk begroet), bij 2 mooie watervallen. Het is inmiddels tropisch warm dus wij kunnen lekker zwemmen onder de waterval. Ross blijft op gepaste afstand en gunt ons onze privacy. De natuur nodigt uit tot serene rust, toch is het dan wel heel raar als je vanuit alle hoeken en gaten verschillende imams hoort prediken.
Op de terugweg gaan we via monkey forest, waar we nog wat zwarte apen hoog in de bomen spotten (stelt weinig meer voor als je de orang oetans gewend bent), en door de rijstvelden weer naar ons vertrouwde hutje.
Tijdens het avondeten barst de regen weer los. Zodra het even droog is zetten wij het op een sprintje, om net voor de onweer en bliksem thuis te komen. Vanuit ons bed hebben we dit mooie tafereel tussen de bergen nog een tijdje liggen aanschouwen.

23-1 Tetebatu
Vandaag hadden we geen missie en zijn we op de bonnefooi met een scooter ergens heen gereden. Zo zijn we in dorpjes als Pringesilla en Loyok geweest. Daar deden we onder andere een uur over het fruit kopen. Ook omdat de ananas van maar liefst 12,5 cent nog eens voor ons werd gesneden. Daarbij had oma een geweldig hoofd waar we graag een uur tijd voor vrij wilden maken. Dit is tot zo ver het gebied waarbij wij het meest worden toegeroepen met woorden als 'bule', wat toerist of blanke betekent. Uiteraard zwaaien wij dan vrolijk terug en vragen wij ook nog wel eens in ons beste Indonesisch hoe het met ze gaat, waarbij de meeste kinderen en mensen in de lach schieten.

24-1 Op naar de Gili's
Deze ochtend werden we weer eens getrakteerd op een pannenkoek, wat hier meestal het ontbijt is voor ons. Dit smaakt vaak wat beter dan de rijst die de mensen hier 3 keer op een dag eten. De pannenkoek was deze keer echter rijkelijk belegd met papaya, banaan en ananas. Na het ontbijt zou ik achterop de scooter bij Ross nog even gaan pinnen in het naast gelegen dorp wat ongeveer een kwartier verderop lag. Helaas werkte daar mijn bankpas niet en was ik vergeten m'n Mastercard mee te nemen. Vandaar dat we nog eens een dorp verder moesten rijden, waarbij het gelukkig wel lukte. Daarna stond Ross erop om langs te gaan bij zijn huis. Hier woont hij pas een paar dagen in zijn zelf gebouwde huis. Ook wilde hij mij voorstellen aan zijn vrouw, pasgeboren kind en de rest van zijn familie. Het is hier heel gewoon dat er 3 generaties bij elkaar in één huis wonen. Koffie gemaakt met kokosnoot en rijst mocht hier niet geweigerd worden. Eigenlijk paste dit niet helemaal in de tijdsplanning, omdat de taxichauffeur ons om 11 uur een lift zou geven naar Gili Meno en het toen al bijna 11 uur was. Onder m'n kop koffie werd ik eens goed bestudeerd door oma, tante's en de kinderen, zo'n rare kerel hadden ze nog niet eerder in hun straatje gezien. Na 1 kop koffie stelde Ross gelukkig voor om weer terug te rijden.

Hesters dagboek van deze ochtend;
Om 11:00 uur komt onze pro-actieve privéchaufeur Jamal ons weer ophalen. Hij heeft Jel inmiddels 2 dagen lang gestalkt met berichtjes, wat onze plannen zijn en of hij nog iets kan betekenen voor ons. Er zijn er meerderen, dat is zo lastig. Maar deze heeft het geld het hardst nodig, besloten wij. Gisteren lukte het niet om te pinnen, dus gaat Jel met Ross na ons heerlijke ontbijtje nog even pinnen. Dat even werd wat langer dan even... en nog iets langer dan even. Na 1,5 uur nog steeds geen enkel teken van Jel of Ross. Toen onze taxivriend Jamal stipt om 11:00 uur kwam aanlopen op het pad en ik alvast maar onze backpacks zo goed als ingepakt had, begon ik me toch wel lichtelijk zorgen te maken. Jel is wel eens wat later, maar niet als hij een vliegtuig, boot of taxi moet halen. De pinautomaat is 7 km verderop, dus binnen een half uur zouden ze wel terug moeten zijn. Anderhalf uur is dan wel een beetje lang. De hele familie begon zich nu ook echt wel zorgen te maken en probeerde Ross al een uur te bellen. Ook vriend Jamal bleef doorgaan met het stalken van Jel, zelfs terwijl ik zei dat zijn telefoon gewoon boven in ons hutje lag. Toch hielp hij mee met de zoektocht naar het verdwenen tweetal. Om 11.20 uur kwam Ross hoofdschuddend het pad oplopen met daarachter Jel in zijn kielzog; 'Liefje daar ben ik weer'! Even bijna 2 uur pinnen ;)

Om 14.00 uur moesten we de boot halen vanaf Bengsal naar Gili Meno. De autorit is zo'n 2 a 2,5 uur via de hoofdstad Mataran, dus dat werd nog spannend. Om 13.55 u werden we ergens bij een warung (eettentje) gedwongen te stoppen, terwijl er nog geen zee, laat staan een boot in zicht was. Onze tassen werden voordat we het doorhadden de taxi uitgehaald en ik moest ergens binnen boottickets gaan kopen. De verkoper nam uitgebreid de tijd voor de administratie en inmiddels was het 14.00 uur. Toen ik terugliep, was onze driver de taxi uitgezet en lagen onze backpacks er weer in!? Behoorlijk vaag allemaal, maar we hadden nog precies 1 minuut volgens de vreemdeling die de taxi nu bestuurde. Na een zandweg van een paar minuten was daar de haven van Bangsal en daar zagen we alle boten liggen. De vreemdeling verwees ons door naar een ander van zijn soort en zo werden we op het strand afgeleverd. Wederom weer eens net op tijd voor een vertrekkende boot.
Maar voordat wij erop mochten klauteren, werden er eerst nog wat spullen geladen. Zakken vol rijst, tonnen tomaten, manden bananen, zakken vol groenten en 20 keer zoveel zakken chilipepers, stapels eiertreetjes, enorme buizen, megaplanten en bomen zorgden ervoor dat de boot eigenlijk al vol was, maar wij mochten samen met nog 25 man daaromheen plaatsnemen. Uiteindelijk vertrokken we rond half 3 en na een half uurtje varen, stonden paard en wagen ons al op te wachten. Op dit eiland geen toeterende auto's en scooters, maar net als vroeger; te paard of te voet.
Wij gingen lekker een stukje lopen omdat ons Blue coral sunrise hutje (de naam spreekt voor zich) maar 1,5 km. lopen was. En ook, omdat ik, lees Hester, niet zo'n fan ben van paarden. Maar achteraf was dat met een backpack en 2 tassen nog best wel ver en vooral lekker warm! Vergeet niet, het is hier altijd zo rond de 30 graden, maar de zon scheen ook nog eens (helaas 1 van de weinige keren op Meno). Dit maakt de zee extra mooi azuurblauw, maar onze tocht ook best wel behoorlijk heet. Terug een paard dus..:(
Gili Meno is een extreem schoon eiland, zonder plastic of troep, zoals helaas wel het geval is op vele andere plekken. We liepen al kwijlend langs super mooie hutjes aan zee, echt honeymoon eiland waardig, toen later bleek dat dit Blue Coral was. Wij werden echter in een hutje 3 rijen verder geplaatst. Maar Jel was niet geheel tevreden, dit was niet de 10 die hij voor ogen had. Dus na wat heen en weer gehandel, kregen wij uiteindelijk het prachtige hutje (de 10!!) aan zee. De rest van de middag heerlijk gechilled, gelezen en de eerste cocktails gedronken! Wat een leven hier.

25-1 Gili Meno
Na een heerlijke pannenkoek met fruit en kokos dit keer, rent Jel even het eiland rond en ga ik aan de yoga met uitzicht op zee. Al deze activiteit was niet perse nodig bleek achteraf want het snorkelen later, was al heftig genoeg. Vanaf ons huisje loop je na zo'n 10 meter zo de zee in : ) en zwemmen de schildpadden rond in turtle seagarden. Mijn droom; de zeeschildpad ontmoeten, gaat misschien wel in vervulling! Dus vol goede moed, na eerst alle rotsen met zeeegels te hebben getrotseerd, kon je 100 meter verder gaan snorkelen. Goed horizontaal blijven drijven, is dan wel een vereiste. Iets wat Jel, alias klungelsmurf volgens zichzelf, nogal lastig vindt. Knieën kapot aan de rotsen, liters zout water gedronken omdat de snorkel niet lekker zat en een masker wat niet lekker zit; Jel houdt bijna net zoveel van snorkelen als ik ; ) Maar hij gaat wel met mij mee (de schat) en draagt bovendien mijn roze teva's aan zijn voeten! Zo sexy! Het snorkelen zelf was lang zo mooi niet als in Pulau Weh, tja we zijn inmiddels verwend hè. Helaas ook geen schildpad gevonden..
's Middags wandeling rond het eiland, wat in 2 uur makkelijk kan. Echter halverwege begon het echt onwijs te plenzen, dus gingen we lekker verder in zwembroek en bikini door de warme tropische regen. Toen uiteindelijk straten meer plassen waren, hebben we toch maar een tussenstop gemaakt. Dus daar zitten we dan op een prachtig tropisch eiland met witte stranden en aquablauw helder water ipv aan de cocktails, aan de warme chocomel en yathzee! @Emiel; Jel wil liever spelletjes doen met jou, hij heeft de laatste 7x verloren : )
Het heeft echt wel wat moois die tropische buien, waarbij er in 1 keer zoveel water valt, dat ook echt alles direct blank staat. Onze terugweg was vooral door het water, langs spelende, doorweekte kinderen die met zelfgemaakte bootjes, van een plankje met een touwtje, door de plassen vaarden. Hoe simpel kan het zijn?

26-1 Gili Meno - Op zoek naar de schildpad
Vandaag gaan we op snorkeltrip met een privé boot (er zijn nou eenmaal weinig andere toeristen dit seizoen), rondom het eiland meerdere goede spots liggen en deze echt te ver om te zwemmen zijn. We beginnen in een soort miniroze kwallen stroming, maar wel met gelijk een schildpad op de zeebodem! Na toch wel 1 minuut te mogen genieten van dit mooie wonder en mijn droom die uitkomt, zwemt de gids alweer door, op jacht naar de volgende. Wij dachten dat hij er nog eentje zag, maar hij zwemt vooral heel snel en ver en dwars door de roze kwallen. Om de minuut worden we gestoken door zo'n klein, mooie roze, doch irritant pijnlijk rot kwalletje. Dit voelt als een soort dubbele bijensteek, maar alles voor de zeeschildpad! Uiteindelijk gaat Jel na minstens een half uur zwemmen terug de boot in, het is ook meer mijn droom natuurlijk. En zelfs ik ben een kwartier daarna ook wel echt klaar met die elektrische kwallenschokken. We vragen de gids waarom hij nou zo snel wegzwom bij de schildpad terwijl wij zo'n mooie, indrukwekkende, grote zeedier nog nooit gezien hadden en daar nog zo een half uur hadden kunnen blijven kijken. Waarop hij verbaasd reageerde en zei dat alle toeristen altijd nog meer schildpadden wilden zien. Hij zag de teleurstelling op ons gezicht blijkbaar, maar hij beloofde meer en vooral met minder kwallen!
Via een scheepswrak en een standbeeld in zee met super mooie tropische vissen gingen we speciaal na de lunch nog naar een extra spot. Misschien wel omdat de gids en kapitein nasi goreng met ei van ons kregen. Twee dankbare, blije gezichten keken ons extreem gelukkig aan.
De laatste spot was een stuk verder op zee, dus is het water ook gelijk een stuk dieper en enger, maar ik ga mee met de gids en geloof het of niet maar na 5 minuten heeft hij een schildpad gespot! Diep op de bodem, maar meer dan een meter groot. Hij zwemt een stukje vooruit en op het moment dat Jel het water inspringt, komt de schildpad omhoog (hij springt er nog net niet op).
Het prachtige dier zwemt best snel, maar ik zwem een paar minuten met hem mee en kan hem echt op minder dan een meter afstand bewonderen. Hij kijkt af en toe opzij of ik er nog wel ben, lacht naar me, geeft me een knipoog, ademt dan 2 keer verse lucht in en verdwijnt daarna binnen een paar seconden diep naar de onzichtbare bodem van de oceaan. Weg is hij. Mijn droom is uitgekomen! Jel heeft dit alles van een meter afstand achter ons mogen aanschouwen, hij was vooral heel blij voor mij :)
Als we weer aan wal proberen te komen nemen een paar golven ons te grazen, waardoor de boot bijna omslaat en onze boot vol met water ligt. Gelukkig is Jelle zijn rechter slipper het enige slachtoffer en drijft deze nu vast wanhopig in de zee op zoek naar zijn maatje. Op het einde van de middag toasten we met een Gin Tonic en een Mojito op de schildpadden en op het honeymoon eiland. Stiekem hadden we hier nog iets meer van verwacht, maar dat kwam ook doordat de zon zich maar erg weinig heeft laten zien.

27-1 Van Gili Meno naar Labuanbajo (Flores)
Om half 8 nemen we paard en wagen om ons naar de boot te brengen, die ons om 8 uur terugbrengt naar het vaste land. Van te voren overwogen we om de 3 a 4 daagse boottrip te nemen van Lombok naar Flores. Het regenseizoen laat dit echter niet toe. Vandaar dat we ons naar het vliegveld laten rijden. Bij de pier staat onze privé chauffeur ons al weer trouw op te wachten. Wij vliegen via Bali door naar Labuanbajo in Flores. 2 vluchten van in totaal iets meer dan 1,5 uur. Na een uur vertraging komen we rond half 5 aan. Het eiland Flores is als het goed is onze laatste bestemming van deze vakantie. Labuanbajo staat vooral bekend om de Komodo Dragon. We plannen om deze eilandjes over een paar dagen te bezoeken. 's Avonds bezoeken we nog een restaurant met live muziek.

28-1 Labuanbajo
We kwamen er gisteravond achter dat ons hotel toch wel iets buiten het centrum ligt.
Vandaar dat Jut en Jul voor de honderdste keer de spullen maar weer eens inpakken. Hier zijn we ondertussen vrij bedreven in en we kunnen er zelfs nog van genieten ook. We verhuizen naar guesthouse Gardena, wat ten eerste goedkoper is en ten tweede een mooi uitzicht biedt op de zee en de haven.
In de middag rijden we op de scooter naar een strandje waar we een aantal uur vertoeven. Daarna rijden we naar de Love Hills, vanwaar we een mooi uitzicht hebben op het landschap en de zee. In Labuanbajo heb je tientallen touroperators, die allerlei tours aanbieden naar de omringende eilanden. Vanavond krijgen we te horen dat de boten vanwege de weersomstandigheden/ruige zee de komende dagen niet varen naar Komodo Island. Komodo Island ligt zo'n 4 uur varen van Labuanbajo. Voor ons is dit echter geen probleem, omdat de Komodovaraan ook op het eiland Rinca te zien zal zijn. Hester trakteert zichzelf vanavond op een massage en ik neem alvast plaats bij één van de vele vistentjes aan het water. Omdat het daarna keihard begint te regenen en Hester geen poncho mee heeft, eten we vanavond helaas gescheiden van elkaar. Ik trakteer mezelf op een bintang en een red snapper. Als het uitgedruppeld is sprint ik als een malle naar het restaurant waar Hester zit. Zij ligt heerlijk ontspannen op de bank bij Pirates aan de squidrings met een verse fruit smoothie.

29-1 Labuanbajo
Vandaag gaan we eerst langs enkele touroperators om de Komodovaraan te gaan spotten morgen. Dit zijn er zo'n 30 op 150 meter, dus we dingen hier en daar wat af en kiezen uiteindelijk voor de leukste en betrouwbaarste kop. Zo gaat dat toch hier, maar er is hier amper criminaliteit of oplichting, dus eigenlijk maakt het niet uit waar je boekt. Later blijkt ook dat uiteindelijk iedereen toch op dezelfde boot terecht komt.
Omdat deze stad zelf niet heel veel te bieden heeft, gaan we de omgeving verkennen. Uiteraard per scooter, want daar houden we van. Jel rijdt graag en ik zit lekker achterop een beetje rond te kijken : )
Vlakbij is er een grot te vinden, Lime stone cave ook wel spiegelrots genoemd. Voor ons is nog steeds de vraag waarom, maar dat ter zijde. De grot was op zich best heel mooi, maar vooral heel heet. Door de enorme luchtvochtigheid was het net een sauna, dus zweten als een otter. Nog meer kilo's kwijt, je herkent ons straks niet meer terug. Na deze zweetgrot hadden we 2 opties volgens de vriendelijke opzichter. We konden naar een traditioneel dorpje of naar een grot in zee, waarin je kon drijven. Die dorpjes daar komen we genoeg, maar die zeegrot klonk wel heel mooi. Ook de plaatjes zagen er prachtig uit. De weg ernaar toe is makkelijk te vinden met maps me (heel handige offline app), helaas staat er alleen niet bij wat voor een weg dit is. Het begon voorspoedig, tot we over rotsblokken, losvliegende stenen een behoorlijke bumpy ride maakten. Dit was in verhouding met wat er nog zou komen nog te doen, met af en toe lopen tussendoor. De weg werd echter steeds natter, totdat de weg verdween en er praktisch alleen maar water, bagger en diepe plassen overbleven... Maar ja, we waren al zo ver gekomen, dus ik was enthousiast en wilde wel verder gaan. Ik zag nog wel een route langs de plassen en bagger en misschien zou de weg wel weer beter worden. Hier bleek Jel duidelijk een andere mening te hebben. Hij was wat minder enthousiast, lees had de hoop allang opgegeven. Hijzelf noemde het wijsheid en mij zeer onverstandig en eigenwijs. Uiteindelijk luister ik natuurlijk altijd naar mijn wijze vriendje, dus keerden we om en mocht ik terugrijden door de bagger. Jel die liep liever ; )
Na een paar keer bijna gevallen te zijn door de rotsen of modder vonden we het allebei niet zo heel leuk meer. We kwamen toen toevallig een man tegen die ons verder hielp toen we allebei niet meer durfden, omdat we bijna vast waren komen te zitten. Bovendien leek het deze dag wel 40 graden en dan is het in de volle zon, meter voor meter ploeteren, niet echt meer lekker een ontspannen scootertochtje.
De man gaf gewoon flink gas en vloog zo ongeveer door de baggerplassen. Dat was dus de truc, wij waren waarschijnlijk net iets te voorzichtig, noem het verstandig maar niet echt handig en ervaren met een scooter. De man leek er eerst nog vandoor te gaan, zo ver dat hij de berg op reed, maar daarvoor hoef je in dit land echt niet bang te zijn. Ook al schiet deze Westerse gedachte dan toch even door je heen. We zeiden juist tegen elkaar dat we ons nog nooit zo veilig hebben gevoeld in een land. Stelen doen ze gewoonweg niet hier. Het zou aan het geloof kunnen liggen maar ook aan het respect voor toeristen. Ze vinden dit prachtig, juist omdat er nog relatief weinig zijn hier. Hij zette ons af waar de weg gelukkig weer wat beter werd.
Toen pas konden we weer genieten van het prachtige uitzicht. We zaten vrij hoog in de bergen met om ons heen overal zee. Misschien was dat het punt waarop het misging. Iets te veel genoten van het uitzicht, had ik opeens het gevoel dat we een weg hadden die we op de heenweg niet hadden.
Maar 2 wegwerkers zeiden ons dat we gelukkig de goede kant op gingen. Dus wij waren blij dat we weer bijna terug waren zodat we lekker aan een drankje in de zon konden bij de haven. Helaas was die blijdschap van korte duur. We stonden vast en kwamen met geen mogelijkheid meer uit de baggerpool. Jel is toen hulp gaan halen en een kwartier later kwam hij samen met de 2 wegwerkers de berg op lopen.
Na veel gepoer en gepiel om alle modder en prut van onze scooter/band te halen lukte het ze om los te komen. Omdat we zo blij waren en er helemaal klaar mee waren gaven we ze €6 de man. De reacties van de mannen sprak boekdelen, dit is waarschijnlijk klauwen met geld voor ze. Als het maar niet op is gegaan aan sigaretten. Hoe Jel het voor elkaar kreeg, weet ik ook niet, maar 5 minuten later zitten we gewoon wederom vast. Gelukkig waren de wegwerkers nog steeds in de buurt en hielpen ze ons wederom uit de brand. Jel is weer een paar slippers armer, aangezien die ergens in het drijfzand drijven nu. Onder de modder kwamen we weer terug in Labuanbajo en werden we bij de eerste de beste shop met een tuinslang schoon gespoten. Na dit hachelijke avontuur hebben we een drankje gedaan bij de Paradise bar met een ideaal uitzicht over de baai. Hierna hebben we alle stress van ons af laten masseren. Dit deden we bij een salon met mensen met een beperking. We werden beiden gemasseerd, door een slechtziende en een doofstomme, maar masseren konden ze als de beste. Een heel mooi initiatief van de man die dit centrum heeft opgezet, zodat de gehandicapten van hier toch nog een kans krijgen in de maatschappij. Anders zijn zij hier zeker van een geïsoleerd ongeschoold werkeloos leven op het land.

30-1 Op naar de Komodo Dragon
Vandaag gaat de wekker al om kwart voor 5. Dat is toch gemiddeld 3,5 uur vroeger dan dat hij op een standaard werkdag gaat. Als we om half 6 op de boot zitten (na eerst de schipper op de boot gewekt te hebben), met een stel uit Jakarta verwachten we met zijn 4en op pad te gaan. De boot komt maar langzaam los vanaf het laagstaande water. Na een half uur trekken en duwen komt er eindelijk schot in. Vervolgens pikken we blijkbaar nog 8 anderen op bij een steiger en varen we om half 7 uit de haven. In ons gezelschap bevindt zich ook Jan uit Zwitserland, wat de lookalike van Thomas Kemper is. Als ik moet kiezen uit de oma van eerder in het verhaal of deze lookalike, zou ik geen keuze kunnen en willen maken.
Na 3 uur varen en talloze onbewoonde eilandjes verder komen we aan bij het glorieuze eiland Padar. Op dit eiland mogen we een uur verblijven en op weg naar de top zien we het ene na het andere panorama plaatje. Het eiland is omringt met verschillende baaitjes, helderblauw water en mooie strandjes. Voor ons beiden is dit één van de mooiste eilanden, die we ooit gezien hebben. Mij doet het heel erg denken aan een strand waar ik met Slakkie ben geweest in de Filipijnen. Het enige wat er eigenlijk aan ontbreekt zijn Nick en Simon uit de speakers en een ijskoud pilsje, maar goed het is nog vroeg in de morgen. Na een aantal prachtig foto's gemaakt te hebben en genoten te hebben van de uitzichten moeten we helaas terug naar de boot. In plaats van 1 uur en 15 minuten hadden we hier met alle liefde de hele dag willen blijven. Maar goed de Komodo varaan is de volgende stap. De zon laat zich vandaag van zijn allerbeste kant zien en zo zitten wij uren op het voordek te genieten van het heerlijke weer, de immense zee en de eilanden die we passeren. Rond het middaguur wordt onze lunch geserveerd op de boot en vlak daarna betreden we het eiland Rinca. Op dit eiland schijnen rond de 1300 Komodo's te leven. Na 5 minuten zagen wij bij de entree al de eerste Komodo opduiken. Vervolgens gaan wij met onze groep en een ranger op pad. Bij het restaurantje zien wij al een Komodo of 10 liggen. Het zijn beesten van ruim 2 meter en bijna 100 kilo. Maar echt reden om bang van ze te zijn, lijkt er niet. Ze lijken voornamelijk versuft en zetten geen stap te veel. Vandaar dat we op nog geen 5 meter naar ze kunnen kijken en foto's kunnen maken. Een Komodo kan ongeveer 20 km per uur rennen, dat is dus zeg maar een beetje hetzelfde tempo als Hanrol Kiplagat, Haile Gebreselassie en Jelle Berkhout.
Een enkele beet is vaak genoeg om een einde te maken aan iemand zijn leven. Zo eet de Komodo ook andere dieren, zoals buffalo's. Als hij de dieren (of mens) eenmaal een beet heeft toegediend is het vooral zaak van in de buurt blijven en afwachten totdat het dier ineenstort. Hier gaat vaak een dag of 2 overheen en vervolgens is het schransen geblazen. Het bizarre is zelfs dat Komodo's elkaar ook opeten. Bij alle dieren/mensen is het zo dat de moeders de kinderen beschermen. Bij de Komodo's herkennen de moeders niet eens de eigen kinderen. Kleintjes zijn dus continu in gevaar en moeten ten alle tijden alert zijn. Na een kwartier gaan we het national park in. Hier lopen we een uur rond, waarbij we slechts nog 1 Komodo tegen komen.
Er zijn heel veel mensen die alleen voor de Komodo naar Flores reizen, zo ook 2 toeristen uit Taiwan van Peperstraten. Zij wilden in 2 dagen naar zowel Rinca als Komodo, maar zoals eerder gezegd gingen er geen boten naar Komodo Island. Deze 2 dames hebben vanwege de taalbarriere per ongeluk 2 dagen achter elkaar exact dezelfde trip. Aangezien wij allebei niet zo goed tegen onrecht kunnen, springen wij voor ze in de bres. Zo krijgen ze 50% korting op het national park en eenmaal terug in Labuanbajo regelen we 25% korting voor de dagtrip. Uiteraard willen de dames met deze helden op de foto. Ik weet zeker dat we inmiddels een mooi plekje hebben gekregen in het fotoboek.
Na Rinca gingen we door naar het mooie eilandje Kelur, waar we wat gesnorkeld hebben. En na een uurtje op het strand gelegen te hebben werd het tijd om terug te gaan naar het vaste land. Exact 12 uur na vertrek kwamen we terug in Labuanbajo. In de avond waren we op de vismarkt op zoek naar een tafeltje, toen we toevallig het stelletje van de boot uit Jakarta zagen zitten. Vervolgens hebben we samen een paar uur met ze getafeld. Op het einde van de rit stonden zij er op om voor ons te betalen. Ondanks dat wij de Orang Oetan een stuk mooier vonden om te bewonderen dan de Komodo is het een geweldige dag geweest.
Op naar de laatste anderhalve week alweer. Time flies...











Reacties

Reacties

Cunie

Prachtig beschreven, een feestje om
te lezen
😊

Ria

Kunnen jullie hier niet je werk van maken? Reizen en verhalen schrijven! Heerlijk om te lezen 😘

Piet

Wat maken jullie een prachtige reis! Heerlijk om met elkaar te genieten van een echt andere wereld en daar ook echt langer de tijd voor te hebben. Geniet van jullie laatste dage. Benieuwd naar jullie verhalen en foto,s. Groet vader Piet

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!